Martijn van Geloof fotografie

Hoe fotografeer je de melkweg?

De Melkweg
De Melkweg

De melkweg – het sterrenstelsel waarin ons zonnestelsel zich bevindt. Omdat we onszelf er middenin bevinden zien we hem van binnenuit. We zien de sterren, nevels en sterrenhopen in de melkweg. Dat het een spiraalvormige schijf is kun je vanaf de aarde niet zien. Op veel plekken is de melkweg niet meer te zien met het blote oog. Dit komt door lichtvervuiling. Maar de huidige generatie camera’s zijn gevoelig genoeg om toch de melkweg te kunnen vastleggen. Maar hoe fotografeer je de melkweg?  Hier volgt een overzicht met tips om je te helpen met een mooie foto van de melkweg thuis te komen.  

1. Het plannen van melkwegfotografie

Een geschikte locatie vinden

De locatie dient zo min mogelijk last te hebben van lichtvervuiling. Dit kan in Nederland een uitdaging zijn. Maar er zijn natuurgebieden waar het donker genoeg is om de melkweg met wat moeite met het blote oog te zien is. Een handig hulpmiddel is de light pollution map; hier kun je op een wereldkaart de mate van lichtvervuiling bekijken. Zelfs midden in een natuurgebied zul je nog de verlichting van omliggende steden blijven zien.

Een geschikt tijdstip vinden

Dit kan wellicht lastiger zijn omdat je afhankelijk bent van de mate van bewolking en de positie van de melkweg. Voor de positie van de melkweg kun je een app raadplegen zoals Planets. Voer hier een datum, tijd en locatie in en de app laat de lucht zien zoals je hem kunt verwachten bij een totaal heldere lucht. Er zijn voor IOS, Android, Windows en Mac OS X allerlei applicaties die ongeveer hetzelfde doen. Als je nu een datum hebt geprikt is het nog steeds spannend of de lucht niet bewolkt gaat zijn. Het enige dat je kunt doen is tot 48 uur van tevoren de bewolkingsradar in de gaten houden zodat je vooraf weet of het wel de moeite waard is om midden in de nacht je bed uit te gaan.

2. Wat is een geschikte camera voor melkweg fotografie?

Met (bijna) elke camera die je handmatig in kunt stellen kun je aan de slag. De sensor is van invloed op de kwaliteit van je foto’s: hoe groter de sensor, hoe meer licht je zult registreren en hoe minder ruis je zult krijgen. Een full-frame camera is dus aan te raden, maar niet noodzakelijk. Het is ook sterk aan te raden een camera te gebruiken die in het RAW formaat foto’s kan opslaan. In JPEG formaat wordt een deel van de informatie al bij voorbaat weggegooid waardoor je nooit meer alle details uit de melkweg zult kunnen halen.

3. Welke lens kies ik voor het fotograferen van de melkweg?

De brandpuntsafstand bepaald natuurlijk hoeveel van de melkweg je in beeld zult krijgen. Dus een groothoek (16 – 17 mm op full frame of 11 – 12 mm op een aps-c camera) is handig om zoveel mogelijk van de melkweg vast te leggen.

Daarnaast maakt een grotere hoek het gemakkelijker om de sterren niet als streepjes in beeld te krijgen. De sterren lijken vanaf de aarde namelijk om de poolster heen te draaien. Als de sluitertijd dan te lang wordt zullen de sterren kleine streepjes worden in plaats van puntjes. Bij een tele-lens zie je dit effect veel sneller dan bij een groothoeklens. Er bestaat een vuistregel genaamd de 500-regel:

500 / brandpuntsafstand = de maximale sluitertijd.

Dus voor een 17 mm lens geldt: 500 / 17 = 29 seconden. Als je dus zorgt dat je niet langer dan 29 seconden belicht zullen de sterren nog niet ‘uitgesmeerd’ zijn. Dit blijft een vuistregel en bij camera’s met extreem hoge of juist lage resoluties zal het wat anders komen te liggen. Deze regel geldt overigens voor een full frame camera, voor een crop camera wordt het een 313 regel: 313 / 17 = 18 seconden.

Nu zou je dus denken dat je het best zo veel mogelijk groothoek kunt gebruiken. Er is echter nog een aspect: de werkelijke grootte van het diafragma. Om zo veel mogelijk licht binnen te laten is het zaak om een zo groot mogelijk diafragma te gebruiken. Hierbij zul je zo min mogelijk ruis verzamelen. Het f-getal zegt hier niet voldoende. Dit zegt namelijk niets over hoe groot het diafragma nou echt is. Dat hangt namelijk samen met de brandpuntsafstand: het f-getal = brandpuntsafstand / diameter. Samengevat geldt dus bij hetzelfde f-getal: hoe meer zoom, hoe groter het diafragma.

  • Wat voorbeelden:
  • op een 17 mm lens bij f/4 is de diameter van het diafragma 17 / 4 = 4,25 mm
    • op een 32 mm lens bij f/4 is de diameter van het diafragma 32 / 4 = 8 mm
    •  

Er is dus een optimum tussen zo veel mogelijk groothoek en zo veel mogelijk licht. In het artikel Picking a great lens for milky way photography staat hier meer over, met een score overzicht van lenzen voor melkweg fotografie. Een 24mm 1.4 lens wordt daar als optimaal gezien. Natuurlijk is dit een theoretisch optimum. Ook de compositie die je wilt maken zal de brandpuntafstand bepalen. En daarnaast is het prima mogelijk om met een ‘suboptimale’ lens mooie melkwegfoto’s te maken.

4. Het fotograferen

Uitrusting

Eenmaal op pad neem je uiteraard je statief, camera, lenzen en andere fotospullen mee. Ook aan te raden is een deken om op te zitten of een stoeltje, het gaat namelijk wel even duren. Een goede zaklamp is ook belangrijk zodat je niet verdwaalt diep in het natuurgebied. Denk er ook aan om wat te drinken mee te nemen. Ook een leuke app om bij je te hebben is overigens de ISS tracker. Erg leuk om te kijken of je het internationaal ruimtestation langs ziet komen.

De melkweg vinden

Na al deze voorbereiding sta je dan op de gevonden locatie met een heldere lucht en de benodigde spullen. Maar als je nu naar de lucht kijkt zie je meestal nog geen melkweg. Hier komt de eerder genoemde Planets app weer van pas. Houdt je smartphone in de lucht en kijk waar de melkweg zou moeten zijn. Het handigst is hier om ook op sterrenbeelden te letten, die zijn namelijk wel goed zichtbaar met het blote oog. De melkweg is het helderst richting het sterrenbeeld Schutter. Maar ook andere sterrenbeelden die de app toont kunnen je helpen met het oriënteren. Als je in een behoorlijk donker gebied staat en je ogen even laat wennen dan zou je heel licht de melkweg ook kunnen zien met het blote oog.

Camera instellingen

Uiteraard staat je camera op een stevig statief, met de middenzuil zo ver mogelijk ingeschoven. De sluitertijden zullen van 15 tot 30 seconden gaan, dus uit de hand fotograferen gaat niet werken. Om zo min mogelijk bewegingsonscherpte te krijgen kun je gebruik maken van de mirror lockup functie (of spiegel opklappen) en de zelfontspanner van 2 seconden of een afstandsbediening.

Scherpstellen

Handmatig scherpstellen is aan te raden. Richt je camera op een heldere ster en zet live view aan op je camera. Op je scherm kun je dan inzoomen op een ster. Draai dan aan de focus ring tot de ster scherp als een puntje te zien is. Als er een focus-schaal op je lens zit kun je ook meteen op oneindig focussen. Dit is echter niet altijd accuraat.

Belichtingsinstellingen

De belichtingsmeter zal je voor dit onderwerp niet veel helpen. Dan zit er niets anders op dan je camera op manual in te stellen. ISO zet je om te beginnen op 3200 om zo veel mogelijk vast te kunnen leggen. Dit zal ruis opleveren, maar de melkweg is zo minimaal waarneembaar dat je sensor zijn best zal moeten gaan doen. Om te beginnen kun je met de eerder genoemde 500-regel de maximale sluitertijd bepalen: 500 / 17 = 29 seconden. Zo krijg je in elk geval zoveel mogelijk licht binnen zonder dat de sterren uitgesmeerd gaan worden. Het diafragma kan op de kleinste waarde die je lens biedt, dus een zo groot mogelijke opening. Een voorbeeld om te beginnen zou kunnen zijn: ISO3200, F/2.8, 29 seconden. Veel camera’s kunnen een histogram laten zien nadat je de foto genomen hebt. Hier kun je kijken of je niet overbelicht of juist onderbelicht hebt. Je zult vooral een piek zien die ergens in het midden zit.

Om nog net wat minder ruis te krijgen is het ook mogelijk om de ETTR techniek te gebruiken. In plaats van een goed belichte foto, probeer je stukje te overbelichten zodat het histogram van je foto net de rechterkant raakt. Dit doe je niet door de ISO te verhogen, maar vooral door de sluitertijd zo lang mogelijk te maken en het diafragma zo groot mogelijk te zetten. De foto zal er te licht uitzien, maar dit los je weer op in de nabewerking door de belichting achteraf te verlagen. Als je dit doet met behulp van de sluitertijd en diafragma zal je foto iets minder ruis krijgen. Let op dat je niet de ISO waarde hoger zet alleen voor ETTR, want daardoor gaat er alleen maar extra ruis toegevoegd worden. Het gaat erom dat je op de sensor zoveel mogelijk licht verzamelt en de ISO waarde draagt hier niet aan bij. In principe werkt ETTR vooral als je op ISO 100 werkt, maar voor de melkweg kun je het ook gebruiken op hogere ISO waarden. Voor de liefhebber verwijs ik naar DPReview voor een gedetailleerde uitleg van ETTR.

 

5. Bewerking

Aangezien je bezig bent op de grenzen van je camera spreekt het voor zich om je foto’s in het RAW formaat op te slaan. De foto’s die je camera laat zien bevatten nu hopelijk voldoende informatie om de melkweg eruit te halen. De kans is groot dat je hem nog niet direct ziet. Nu ga je aan de slag in je favoriete RAW converter software. Dit kan van alles zijn zoals Lightroom, Camera RAW of Capture One. Hier open je de foto om allereerst de belichting te verlagen. Waarschijnlijk krijg je al wat van de melkweg te zien als je het contrast verhoogt en de ‘clarity’ verhoogt. Met behulp van adjustments brushes kun je lokaal, waar de melkweg zich bevindt ook extra sterke bewerkingen doen. Aan het einde zul je toch redelijk wat ruis geïntroduceerd hebben. Deze kun je behoorlijk doeltreffend verminderen met de ruisreductie slider en de scherpte slider.

6. Tot slot

Het fotograferen van de melkweg kan een technische aangelegenheid worden. Maar onthoud dat het ook vooral een kwestie van oefenen en experimenteren is. Dus ga aan de slag met deze tips in het achterhoofd en ontdek dit mooie onderwerp.